"‘Waar ben je, oma?’ ‘In de kast, op de hometrainer!’ En daar zat ze, de jurk omhoog geschoven."

 

Terug

Anneke te Lintum over het haarknipje van haar oma

“Mijn oma van mijn vaderskant heette Asselina Selina, oftewel Lientje. Ze was mijn lievelingsoma. Onze neven en nichten waren een stuk ouder, we hadden oma en opa min of meer voor onszelf, misschien dat dat er ook wel mee te maken had. Wij waren hun kleinste kleinkinderen.  We gingen er vaak logeren en dan sliepen we bij opa en oma op de kamer. We mochten gerust wat donderjagen, dat vonden ze allemaal prima. Best bijzonder, want toen waren ze toch al tegen de tachtig.

Opa en oma woonden in een oud politiebureau. Achter het huis waren nog een stuk of zes paardenboxen, daar hingen schommels en daar speelden we vaak. Daar was ook het toilet, ik herinner me vooral dat het hartstikke koud was als je in de winter naar de wc moest.

Opa had een verhuisbedrijf, eerst met trekschuiten, later met vrachtauto’s. Oma werkte niet mee, hooguit nam ze af en toe de telefoon op of gaf ze een boodschap door. Zij runde het huishouden. Ze had geen groene vingers - de tuin bestond uit bestrating en een stuk gras –, maar ze kon goed koken. Haar schol schotel is nog steeds ongeëvenaard. Stukjes schol rechtop in de pan, beetje boter en puree erbij…. Heerlijk! Mijn moeder en tante hebben het recept, maar het is nooit zo lekker als de schol van oma. Ze hield ook van handwerken en heeft heel wat Noorse sokken voor ons gebreid, in alle diktes en maten. En ze was dol op zingen! Samen met tante Mientje zong ze vaak liedjes van BZN, haar lievelingsgroep.

Toen opa overleed, woonde ze nog een paar jaar alleen in het politiebureau, maar uiteindelijk verhuisde ze naar een verzorgingshuis vlak bij mijn school. Ik ging er vaak even thee drinken, alleen of met een vriendinnetje. Dat maakte niet uit, alles kon bij oma. Ze was heel gastvrij, iedereen was welkom en mocht blijven eten. Ik weet nog dat ze in een van haar grote kasten een hometrainer had staan. Ik kwam een keer langs en kon haar niet zo snel vinden. ‘Waar ben je?’ ‘In de kast, op de hometrainer!’ En daar zat ze, de jurk omhoog geschoven – ze had altijd een jurk aan – en maar fietsen!

Oma had altijd een permanentje en het haar opgestoken in een knotje. We mochten kappertje spelen met haar haar, dat vond ze wel fijn volgens mij. Als we klaar waren, pakte ze zelf de kam en zette ze haar knotje weer vast met een mooie speld. Twee van mijn neven uit Noord-Holland waren kapper. Op verjaardagsfeestjes namen ze wel eens pruiken mee waar wij dan mee mochten spelen. Mijn vader was kaal, die kreeg uiteraard ook een pruik op. Dikke pret natuurlijk! Mijn broer is later ook kapper geworden, het zit wel een beetje in de familie.

Oma heeft het moeilijk gevonden, die laatste jaren zonder opa, maar ze zat nooit bij de pakken neer. Ze organiseerde van alles en kreeg ook best veel bezoek. Ze bleef heel lang zelfstandig. Ze piekerde er niet over om met een stok te lopen, maar op een gegeven moment was het gewoon op. Ze is 93 geworden. Ach, mijn oma was gewoon heel lief. Ik ben blij dat ze zo dicht bij was toen ik opgroeide. Ik kwam er veel en graag. Ik zie het nu ook bij mijn eigen kinderen. Ze gaan vaak even bij op en oma langs. Gewoon, gezellig, wat kletsen, samen tv kijken en dan weer naar huis.”

Volgende