"Ze kwam liever niet naar verjaardagen en dat soort dingen. ‘Dan moet je maar met mensen praten’"

 

Terug

Angelien Docter over de brieven van haar vriendin Pauline

“Pauline en ik leerden elkaar kennen op de opleiding Kinder- en jeugdverzorging in Zwolle, we waren 17. Het klikte gelijk. Heel bijzonder, want Pauline was zeer selectief, ze liet maar weinig mensen toe. We deelden alles. Je zou denken dat je wel een keer uitgepraat raakt, maar dat was niet zo. Daar verbaasden we ons zelf ook over. In het weekend had ze een ander leven. Dan ging ze uit, naar de disco, met andere vrienden waar ik verder niet mee omging. Door de week zagen we elkaar iedere dag en we schreven elkaar ook nog eens brieven, vooral Pauline aan mij. Dan vond ik thuis weer een brief in mijn tas met een heel verhaal erin.

Na de opleiding in Zwolle verhuisde ze naar Utrecht. Daar ging ze aan het werk als groepleidster voor zwakbegaafde mensen. In het begin was ik daar zo ongeveer ieder weekend. Door de week belden we uren met elkaar. Dat kostte een kapitaal aan telefoontikken. Misschien dat we daarom wel weer brieven zijn gaan schrijven.

Pauline was een doemdenker. Ze had het idee dat dingen haar altijd tegen zaten. Dat riep ze ook wel over zichzelf af, hoor. Ze zocht mensen op die haar naar beneden haalden. Haar vriendjes waren altijd van die bijzondere types waar ze het heel lastig mee had. Ik bracht weer wat licht in de zaak, ik was er voor haar. Dat was ook al zo toen we nog in Zwolle woonden. Ze was heel eigengereid en had het niet makkelijk met haar ouders. Ze konden haar wekenlang negeren, weet ik nog. Ik geloof niet dat ze een heel warme jeugd heeft gehad.

Ze kwam best intimiderend over. Altijd zwart haar, zwarte kleding, zware make-up. En ze kon heel minachtend kijken. Veel mensen vonden haar een gesloten boek, maar naar mij toe was ze heel lief, open en zorgzaam. Dat neemt niet weg dat ze een pittig karakter had. Ik heb één keer bonje met haar gehad, nou, dat heb ik geweten. Ze negeerde me dagenlang. En als ze een beslissing nam, kon je hoog of laag springen, dan bleef ze erbij. ‘Wil jij het anders?  Nou, dan doe je dat toch gewoon? Boeie!’ Dat zei ze heel vaak. ‘Boeie! ‘

We waren vaak wat baldadig als we met z’n tweeën waren. Ik weet nog dat we ’s avonds met een afstandbediening door de buurt gingen en dan van buitenaf de televisies op anders zenders zetten. Dat vonden we hilarisch. Ach, we hebben zoveel gelachen samen!

Ze had niet veel mensen nodig en ik denk dat ze ook wel verlegen was. Ze kwam liever niet naar verjaardagen en dat soort dingen. ‘Dan moet je maar met mensen praten’, zei ze dan. Dat vond ze niks. Toen ik trouwde, meldde ze zich op het laatste moment af en stuurde ze bloemen. We spraken niet over wat daar achter zat. Zo was het gewoon. Op een gegeven moment kregen we allebei kinderen. We zagen elkaar minder, waren allebei druk met ons gezin. Zij helemaal, want haar dochtertje had door zuurstofgebrek bij de geboorte veel zorg nodig. We stuurden elkaar veel kaartjes met vaak melige teksten als ‘Zie ik je woensdag met je krulspelden!’.

Na Utrecht verhuisde ze naar Amersfoort en toen naar Soesterberg. Ik had de indruk dat het wel goed met haar ging, haar man gaf haar rust, hij was haar steunpilaar. Op een gegeven moment stuurde ik een kaartje met het voorstel om elkaar op te zoeken, we hadden elkaar zó lang niet gezien! Ik kreeg een kaart terug: ‘Ja, veel tijd verstreken en ik zit hier godverdomme met een pruik op.´ Ze had kanker. We pakten de draad weer op maar het contact was niet meer zo intens. Ze ging naar haar ouders in Zwolle en kwam dan ook even bij mij langs. Af en toe ging ik naar Soesterberg. Zo ging dat.

Pauline is op 9 september 2011 overleden. Ik wist dat het heel slecht met haar ging. Op een avond ben ik gaan zitten en heb ik haar een lange brief geschreven met alle mooie herinneringen die we samen hadden. Het waren wel zes of zeven kantjes. Ik durfde de brief niet goed te versturen omdat het dan net leek alsof ze al dood was. Achteraf blijkt dat ze die avond is gestorven. Ik kreeg een kaart en las dat de begrafenis al geweest was, in heel kleine kring. Dat heb ik nooit begrepen. Ik had daar gewoon bij moeten zijn! We hebben zoveel gedeeld, alleen het laatste deel niet. Ik ervaar dat nog steeds als een gemis, maar het overheerst niet als ik aan haar denk.

Pauline was een vrouw met twee gezichten. Eén voor de buitenwereld en één voor de mensen die haar dierbaar waren. We hebben het heel fijn gehad samen. De vele, vele brieven die ze me schreef, bewaar ik zorgvuldig. Ze staan voor een intense vriendschap en het is enig tastbare dat ik nog van haar heb.”

Volgende