“Ik heb haar aangemoedigd om naar Afrika te gaan. ‘Doe maar, je moet gaan!’ ”

 

Terug

Carla Brill over de blouse die ze kreeg van haar overleden dochter Saskia

“Deze blouse hoort bij een rok. Saskia hield de rok en stuurde mij de blouse. Ze schreef: ‘Om een beetje Tanzania van mij naar jou te brengen, geef ik je dit kadootje. Dan zijn we samen één zoals we dat ooit (alwéér) 28 jaar gelden ook waren.’

Saskia was logopediste en werkte op een school voor kinderen met gehoorproblemen en spraakstoornissen. Ze was gek op kinderen. Ze woonde samen met haar toenmalige vriend in Amsterdam. Huisje boompje beestje. Maar ze realiseerde zich dat ze daar nog niet aan toe was. Ze wilde aan het werk in het buitenland, iets betekenen voor de wereld. In 2007 vond ze wat ze zocht: een project voor dove leerlingen op een schooltje in Tanzania. Via ontwikkelingsorganisatie VSO, Voluntary Service Oversea, ging ze aan de slag. Toen ze net inTanzania was, voelde ik me ongerust. Maar dat gevoel was over toen ik er zelf geweest was in de zomer van 2008. Het was leuk om te zien hoe ze aan het werk was met de dove kinderen en hoe ze haar weg gevonden had. Ik was trots op haar. Ze was daar op haar plek, het was goed. In de herfst van 2008 was ze nog een weekje in Nederland. Ik heb haar daarna met een goed gevoel weer op de trein gezet. Ik wist dat ze daar gelukkig was.

Saskia groeide op in het kleine dorpje Erm. We woonden op een boerderij en hadden een stal met paarden bij huis. Saskia en haar jongere zus Sonja – ze scheelden een jaar en 9 maanden – waren echte paardenmeisjes. Ze lazen de Penny, en als ze verdriet hadden zochten ze troost bij de paarden. Vlak bij ons huis was het Ermerstrand, een recreatiemeer met een bos erbij. We gingen er altijd met de honden wandelen, vierden er verjaardagsfeestjes en crosten er met de paarden op ‘Lootjesbergen’, een zandvlakte in het bos. Daar hebben we op 2 oktober (haar verjaardag) 2009 Saskia´s as verstrooid.  Wat zij zelf gewild had, weet ik helaas niet. Daar heb je het niet over op die leeftijd. Ze was 29 toen ze plotseling overleed.

Saskia kreeg een ongeluk toen ze samen met een vriendin van werk naar huis fietste in Dodoma, de hoofdstad van Tanzania. Ze is aangereden door een taxi. Toen ze zwaargewond op straat lag, is ze nog beroofd van haar tas met geld en sleutels. Tja, de een z’n dood is de ander z’n brood, zeker in een arm land als Tanzania. Al in het begin was ze gewaarschuwd voor het roekeloze verkeer in Tanzania: ‘Ga in de bus altijd achter de chauffeur zitten, want die zorgt er wel voor dat hij zelf in leven blijft!’. Saskia is aangereden door iemand zonder rijbewijs. Ze fietste naast haar vriendin en ineens was ze weg, vloog ze door de lucht. Er kwam geen ambulance. Een paar mannen hebben haar in een busje gelegd en naar het ziekenhuis gereden. Saskia zei altijd: ‘Als je iets ernstigs hebt, moet je niet naar het ziekenhuis hier, dat komt niet goed!’ Ze kende de risico’s. Ze heeft nog een paar uur geleefd, maar is niet meer bij bewustzijn geweest.

Ze overleed op 30 april 2009. In juni zou ze zijn teruggekomen. ‘Ik kan in Nederland denk ik niet meer leven’, zei ze tegen me. Maarten en ik zijn vijf weken in Tanzania geweest en hadden dat gevoel ook al een beetje toen we terugkwamen. Waar zijn de mensen in Nederland mee bezig?! Ik denk niet dat ze hier lang was gebleven. Op een dag stuurde ze me een sms’je. ‘Mam, dit is zo’n mooi nummer! Kun je het voor me opzoeken en opsturen?’ Het was het liedje Homebird Sing van Foy Vance. Dat gaat over heimwee en waar je thuis is. In Nederland voelde ze zich niet meer thuis, en in Afrika was ze eigenlijk ook een vreemde. We hebben dit nummer gedraaid op haar crematie.

Haar huis was haar veilige plekje, daar kon ze zich terugtrekken tussen haar foto’s en haar spulletjes. De kasten in haar huis in Tanzania puilden uit, ze had heel veel kleren en spullen. Vrienden van haar hebben het huisje leeggehaald. Het hield niet op. Ook haar huis in Amsterdam stond vol met vooral tweedehands spullen. We hebben veel aan de straat gezet. In een mum van tijd was alles weg. We hebben het teruggegeven aan de Amsterdammers, ik denk en hoop dat zij dat zo gewild had. Alleen haar bank niet, die was net nieuw, die hebben we verkocht via Martkplaats. Achteraf denk ik dat het leuk was geweest als haar vriendinnen nog wat uit hadden kunnen zoeken, maar op dat moment stond m’n hoofd daar gewoon niet naar.

Saskia was extravert en open, heel sociaal, ze stapte overal op af, als kind al. Ze was een levensgenieter, wilde alles meemaken. Ze kon slecht keuzes maken, en  wilde het liefst overal tegelijk zijn. De laatste keer was ze een week in Nederland. Ze had een enorm druk programma. Sonja hoopte haar zus veel te zien, maar Saskia had slechts een middag tijd en toen was er ook nog een vriendin bij. Dat was voor Sonja een grote teleurstelling. Iedereen wilde Saskia zien en andersom. Zij kon daarin geen keuze maken. Sonja zei ooit eens tegen me, dat Saskia altijd dacht dat ze niet oud zou worden. In haar 29 jaar leefde ze twee levens. Wat zij allemaal gedaan heeft… daar doet een ander 60 jaar over.

In Dodoma, de stad waar ze woonde en werkte, kende iedereen Saskia, omdat ze blank was en de enige met een fiets, maar ook omdat ze overal in de stad haar adresjes had voor de dingen die ze nodig had. Ze noemden haar ‘de witte’, Mazumba. Kinderen, ouders, inwoners van Dodoma  en collega’s hebben afscheid van haar genomen bij het mortuarium en haar uitgezwaaid op het vliegveld in Dodoma. Vandaar vloog ze naar Dar es Salaam. Op het terrein van de school is een boom geplant met haar naam erbij.  Dat hadden collega’s van haar geregeld. Zij hebben ook overal foto’s van gemaakt. ‘We sturen je alles, of je het wilt zien of niet.’ Foto’s van de kapotte fiets, van de taxi, met het bloed er nog aan. Ik vond het heel moeilijk om naar te kijken, maar ik moest het zien.

Ik ben vrij snel weer aan het werk gegaan. Ik had structuur nodig. Het leven gaat verder, hoewel je je in het begin afvraagt hoe dat mogelijk is. Maar dan dringt het tot je door: ik moet door, ik heb nog een dochter en een partner. Vaak leek het alsof Saskia nog gewoon in Tanzania was. Zij had immers al een paar jaar haar leven daar. Nu zij er niet meer was, veranderde er niets in ons dagelijks leven. Dat was zo raar, zo onwerkelijk.

Bij de afscheidsbijeenkomst hebben veel mensen gesproken. Ik vond dat ik, als haar moeder, ook wat moest zeggen. Ik heb verteld hoe ik haar heb aangemoedigd om naar Afrika te gaan. ‘Doe maar, je moet gaan!’ En ik heb verteld hoe moeilijk het is om je kind los te laten.

Zo langzamerhand verdwijnt deze traumatische gebeurtenis wat meer naar de achtergrond. Veel mensen in mijn omgeving hebben Saskia niet gekend en zo praat je er steeds minder over. Dat vind ik best moeilijk. Het eerste jaar na haar overlijden kreeg ik veel kaarten op 30 april, het tweede jaar al een stuk minder. Zo gaat dat nou eenmaal. Het leven gaat door.

Het verlies van Saskia heeft me veranderd. Ik ben kieskeuriger geworden in hoe en met wie ik mijn tijd doorbreng. Het zal ook te maken hebben met mijn leeftijd. Maarten en ik hebben een stel hechte vrienden.  Sommige ken ik al vanaf 1975. Dat is genoeg. Ik ben me heel bewust geworden van wat belangrijk is in het leven. We gaan iedere vakantie met z’n tweeën op stap. Genieten, de wereld bekijken. Ik leef veel meer bij de dag dan voorheen. Het kan immers zomaar afgelopen zijn.”

Volgende