"Ik vraag me af hoe ze er nu uit zou zien, hoe haar stem zou klinken."

 

Terug

Elisa van Leeuwen over het knuffelpopje dat haar moeder Marjan voor haar maakte

“Voor onze verjaardag kregen mijn tweelingzus en ik ieder een knuffel, ik eentje met geel haar, Rosan een popje met donker haar. Ik denk dat we een jaar of vijf waren, dus ze zijn uit 1997 of 1998.
Onze moeder heeft ze zelf gemaakt. Het waren onze eerste echte popjes. Het eerste wat we deden, was dat we het haar gingen vlechten. Dat deden we met al onze poppen. Mama maakte ook veel popjes voor andere kinderen, ook nog toen ze al ziek was. Van die eenvoudige popjes, hoofdjes met lappen eraan. Ze maakte er altijd twee, voor het geval eentje kwijt zou raken.

Ze was creatief, sociaal en erg zorgzaam. Ze deed veel voor anderen en dacht vaak niet aan zichzelf. Ze was ook onzeker, papa zegt dat ik wat dat betreft op haar lijk, maar daar ben je als kind niet mee bezig. Ze was gewoon onze moeder. Ze wilde er zijn voor ons.

In 2004 vertelden onze ouders ons dat ze ziek was. We waren elf jaar. We wisten niet zo goed wat we moesten zeggen. We waren natuurlijk ook best wel jong. Ze was al een tijdje ziek. Buikgriep, hernia, steeds weer klachten. Het bleek kanker te zijn. Het is moeilijk te bevatten, ook omdat ze er gewoon uitzag. De kanker bleef een tijdje weg, maar kwam weer terug, allemaal uitzaaiingen. Ze heeft nog wel alternatieve behandelingen in Duitsland gehad, maar die waren alleen om langer te leven. Ze wist dat ze niet beter zou worden.

We waren jong, we hebben geen diepgravende gesprekken met haar gehad over haar ziekte. Wat ik nog wel weet, is dat papa op het einde vaak tegen ons zei: ‘Als je nog wat wilt vragen, moet je het nu doen.’ Dan dachten wij : ja, maar wat dan? We hadden geen idee. Op een avond zaten we bij haar op bed. Ineens gaf ze een heel raar antwoord. We keken elkaar even aan. Shit, te laat, we hadden naar papa moeten luisteren. Maar hij zei ook dat ze dat eigenlijk niet aan kon. Daarom is het ook fijn dat ze voor ons allemaal een boekje heeft gemaakt waar ze dingen in heeft geschreven. Gelukkig heeft ze nog wel de ringen gezien. Rosan en ik hebben allebei een ring met ´I love you´ aan de binnenkant erin gegraveerd, want dat zeiden we altijd tegen elkaar. Mama heeft gezegd wat ze erin wilde hebben en wij mochten de ring uitzoeken. Dat heeft ze nog gezien, maar toen was ze al heel ziek.

Op de eerste pagina van mijn boekje staat Voor mijn lieve lieve lieve lieve, allerliefste Elisa. Ze maakte ook tekeningetjes in de boekjes. Ik maak net zulke krabbels als ik aan het bellen ben. ‘Alles is mogelijk’, heeft ze er bij geschreven. Ze schrijft ook over ons uitstapje met haar vriendin Marian. Ze verbaast zich over onze dure smaak, ha ha! Ze schrijft: ´Ik ben wel verbaasd dat mijn kinderen zo’n dure smaak hebben, maar ik ben blij dat ze goed kunnen sparen voor wat ze mooi vinden.´ Dat was in 2006, toen had ze al niet meer de energie om te winkelen of andere activiteiten te ondernemen.

Ze zeggen dat ik op mijn moeder lijk. Uiterlijk en ook qua karakter, dat ik ook zo’n sociaal en zorgzaam type ben. Ik zou daar wel eens met haar over willen praten. Wat was haar drijfveer? Deed ze dat voor anderen, werd ze daar gelukkig van? Was ze misschien bang voor ruzie? ? Ik wil zelf relatietherapeut worden omdat ik relaties tussen mensen super interessant vind. Had zij dat ook? Ik vraag me ook wel eens af hoe ze er nu uit zou zien, hoe haar stem zou klinken. Ik droom wel eens van haar. In mijn droom, op het einde, voelde ik heel sterk dat ze maar even tijd had en dat ze weer terug moest.

Toen ze overleed, lagen we als gezin uit elkaar. We maakten veel ruzie. We hadden natuurlijk ook een lastige leeftijd, onze broer en wijzelf, alle drie pubers. De hele periode ervoor vroeg iedereen voortdurend hoe het met onze moeder ging, nooit hoe het met ons was. Logisch natuurlijk, maar ineens was ze er niet meer. We zijn in gezinstherapie gegaan, de therapeut zei ook dat we ruzie met elkaar maakten om maar niet aan het verdriet te hoeven denken.  We zijn er alle drie goed uitgekomen. We doen allemaal iets wat we leuk vinden, we zijn allemaal op het hbo beland, wat we niet hadden verwacht. Dat komt ook door papa, door hoe hij zich opgesteld heeft. Hij is heel open, alles is bespreekbaar. Ik woon niet meer thuis, maar papa stuurt me vaak een berichtje in het weekend. ‘Eet je mee vanavond?’ Dan voel ik me ook echt welkom.

Mijn vader heeft mijn moeder tot het einde toe verzorgd. Hij heeft alles gedaan wat in zijn macht lag. Hij wilde haar graag zelf verzorgen en ik kon zien dat hij dit met veel liefde deed. Als ik terugdenk aan die tijd, besef ik dat het een moeilijke tijd was en dat we ons erg hebben aangepast aan de situatie. We deden altijd de deuren zachtjes dicht, we namen nooit vriendinnetjes mee naar huis. Voordat we naar school gingen, maakten we een pillenpapje voor mama. Daar deden we dan ranja bij, zodat het een beetje lekkerder werd. Dat was de normale routine, terwijl dat voor een kind van twaalf natuurlijk niet normaal is. En iedereen kwam altijd voor haar, het ging altijd over haar en dat is natuurlijk ook logisch. Maar toen ze er niet meer was, drong het langzaam tot me door: ik kan nu wel een vriendinnetje mee naar huis nemen, de deur hoeft niet meer zo zachtjes dicht.

Mama zei altijd dat ze terug zou komen als een vlinder. Daar heb ik een gedicht over voorgelezen op de begrafenis. Ik had ook een verhaaltje geschreven, maar het lukte me niet om dat voor te lezen. Ik heb alles bewaard van de begrafenis. Mijn gedicht, het verhaaltje, alle krantenknipsels, alle liedjes die zijn gezongen. Er waren veel mensen, er werd veel gezongen. Mensen vonden het heel aangrijpend.

Als iemand belt en vraagt ‘Is je vader of moeder er?’, voel ik me nog steeds ongemakkelijk. Of als ze vragen ‘Wat voor werk doen je ouders?’ Dan zeg ik: ‘Mijn vader is gitaarleraar’ – gevolgd door een stilte. Sommige mensen begrijpen niet dat het nog steeds moeilijk is, die vinden dat we er nu wel overheen zouden moeten zijn. Maar zo werkt het niet. Van het woordje ´mama´ word ik nog steeds verdrietig. Het hoort echt alleen bij haar. Er zijn ook andere moeders, maar je hebt maar één mama.”

Volgende