"Wieky had geen pretenties, geen masker. Ze was zoals ze was."

 

Terug

Jenny Louissen over het verhuiskaartje van haar vriendin Wieky

“Toen mijn vriendin Wieky Dokter – van der Woude was overleden, mocht ik haar begrafenis regelen. Bij het opruimen van haar huis kwamen we ook dit stoofje tegen. Ik had het al naar de kerk gebracht, voor de bazaar, maar heb het weer opgehaald voor dit project. Ik weet haast wel zeker dat Wieky het heel mooi had gevonden dat mijn verhaal over haar zo deel uit maakt van de tentoonstelling.

We ontmoetten elkaar toen ik de uitvaart verzorgde van de partner van een goede vriendin van haar.
We zagen elkaar niet vaak, een paar keer per jaar, maar dan pakten we zo de draad op bij waar we de vorige keer gebleven waren. We hadden het over van alles, de natuur, godsdienst, kinderen. Wieky had mijn moeder kunnen zijn, maar we waren echt vriendinnen.

Wieky was maatschappelijk betrokken en vond het milieu heel belangrijk. Als ze ging wandelen met een vriendin, dan ruimden ze ondertussen het plastic langs de weg op. Ze was nooit blij met gekochte bloemen, wel met veldbloemen of bloemen uit je eigen tuin. Iets lekkers bij de koffie, prima, maar dan wel zelf gebakken. Ze hield van biologische, pure producten zonder toevoegingen. Zo was ze zelf ook: puur. Wieky had geen pretenties, geen masker. Ze was zoals ze was. Dat heb ik altijd heel erg gewaardeerd in haar. En het feit dat ze niet oordeelde over een ander. Ze liet mensen in hun waarde.

Ze was ingetogen, geen uitbundig persoonlijkheid. Ze hield van zachte tinten en had ook de buitenkant van haar huis zo geschilderd. Dat viel wel op in het rijtje. Binnen onttrok een geborduurd kleed de televisie aan het zicht. Naast de klassieke muziek stond een rij met boeken van Toon Tellegen. In de tuin hingen boeddhistische vlaggetjes.

Als ik het me goed herinner, was Wieky coupeuse van beroep. Ze had een lijkwade van zachte paarse stof voor zichzelf gemaakt en een baarrok voor mijn uitvaartonderneming. Ze wist precies wat er moest gebeuren bij haar uitvaart. Ze wilde niet in een afgesloten kist begraven worden, maar op een baarplank (gemaakt van hout uit de Emmerdennen) op de natuurbegraafplaats in Witteveen. Daar ging ze niet heen in een grote zwarte rouwauto , maar in een rouwkever met aanhanger. Wieky wilde graag dat haar kinderen het graf weer dicht zouden spitten en dat hebben ze ook gedaan. Het paste bij hun moeder.

De herdenkingsbijeenkomst was in de Grote Kerk in Emmen. Er waren ruim 80 mensen. We hebben kaarsjes uitgedeeld aan alle bezoekers. Het licht van de Paaskaars scheen op de baar, zodat Wieky in het licht lag. De stoelen waren om de baar heen opgesteld. Ik heb daar ook gesproken en heb geprobeerd de warmte en betrokkenheid over te brengen die ze verdiende. Ik stond er niet alleen als uitvaartverzorger, maar ook als vriendin. Iemand speelde de Pastorale op de vleugel en we luisterden naar ‘Mooi’ van Maarten van Rozendael.

Wieky geloofde in het goddelijke in de natuur en in de mens. De goddelijke vonk, het mooie. Ze wilde haar geloof wel delen, maar niet binnen een kerk. De dogma’s van de gewone kerk waren niet aan haar besteed. Daarom was ze lid van de basisbeweging, een groep kritische mensen aan de rand van de kerk.

Als ik bij haar kwam, dan begroette ze me altijd met ‘Ach, lieverd!.’ Je kon zo bij haar naar binnen lopen, er hing altijd een touwtje uit de brievenbus. De deur stond letterlijk open. Ze heeft nog een tijdje in een hospice gewoond waar dat niet gebruikelijk was. Dat vond ze moeilijk, deuren die dicht moesten. Ruimte en een gevoel van vrijheid was belangrijk voor haar.

Wieky was bescheiden, maar stond wel voor haar eigen ideeën en principes. Ze genoot van de kleine dingen. Een kaartje, kopje koffie, wandeling. Toen ze naar het hospice ging, stuurde ze me dit verhuiskaartje. Het is een droomplaatsje in de tuin. Je kunt er zo gaan zitten, luisteren naar de vogels en genieten van de natuur om je heen.”

Volgende