"Ze hield absoluut niet van opsmuk, maar het moest wel goed en degelijk zijn."

 

Terug

Greet Rüwen-Haandrikman over het schortzakje van haar opoe

“Mijn opoe heette Grietje, Grietje Dost, en mijn moeder heette ook Grietje. Grietje van jonge Griet, dat ben ik. Opoe overleed in 1984, ze is 95 jaar geworden. Ze is vaak ernstig ziek geweest, maar iedere keer redde ze het weer. Niemand had gedacht dat ze 95 zou worden. Ik heb ontzettend veel van mijn opoe gehouden en ik vind dat zij geëerd moet worden.

Haar leven was niet gemakkelijk. Ze had een zware jeugd en verloor drie van haar kinderen. Het derde kind, Meeuwes, overleed vlak voordat ze zelf stierf. Na het overlijden van Meeuwes begon opoe te trillen. Ik weet het niet, misschien had ze niet meer zoveel zin in het leven.

Opoe werd geboren in Vlagtwedde op 31 oktober 1889. Ze was de oudste van drie kinderen. Toen ze vier jaar was, overleed haar moeder en ook haar jongste broertje die toen twee jaar was. In 1895 hertrouwde haar vader. Uit dat huwelijk werden nog eens vier kinderen geboren. Ook haar vader werd niet oud, hij overleed in 1906, op 37-jarige leeftijd. Grietje bleef bij haar stiefmoeder. Ze was de oudste in het gezin en werkte mee in het veen en het huishouden. Ze is nooit naar school geweest en kon niet lezen of schrijven, maar ze was beslist niet dom. Ze kon bijvoorbeeld heel goed dammen! Dat deed ze veel met mijn kinderen, daar gebruikten we ook dit stoofje voor.

Opoe trouwde in 1917 met Meeuwes Middelveld. In de eerste jaren van hun huwelijk woonden ze in het achterste deel van het boerderijtje van haar schoonouders, dat stond aan de Julianastraat in Emmen. Opoe en opa woonden ook nog een tijdje in Erica, maar daar vond opoe niets aan. Ze kon niet fietsen en moest alles lopen, ze vond het er niet leuk. Later verhuisden ze naar de Randweg, ongeveer waar nu de Laan van de Marel loopt. Zij en Meeuwes kregen zes kinderen, waaronder mijn moeder in 1926.

Ik herinner me dat ik als kind bij opoe aan de Randweg logeerde. We sliepen op vaste bedden met strozakken. Ze maakte voor ons een speelhuisje in een schoongemaakt, leeg kippenhok. Daar zette ze dan oude potten en pannen neer en een sinaasappelkistje. Prachtig! Alle 14 kleinkinderen waren stapel op opoe. Ze deed spelletjes met ons, was altijd heel goed in Memory.

Opoe had altijd een schort voor. Onder haar schort had ze een zakje genaaid, via een split in de zijkant van haar rok kon ze er bij. Opoe hield niet van snoepen maar als we iets van haar kregen, kwam het vaak uit dit zakje. Er zat ook altijd een zakdoek in om de neuzen van de kinderen te snuiten als dat nodig was. Het was haar handtas.

Maart 1965 kwam opoe bij ons gezin in Emmen wonen, ik was toen 17. Opoe had een paar vaste taken, waaronder aardappels schillen en de afwas doen. Ik herinner me haar als heel zorgzaam en behulpzaam. Ik heb nog een mooie jeugd met haar gehad, dat was heel bijzonder. Ze was geen prater, dat niet. Horen zien en zwijgen, dat was opoe. Ze was vrij gesloten maar ik denk dat dat kwam door alles wat ze heeft meegemaakt. Ze roddelde nooit en als anderen dat wel deden, dan zei ze ‘ik ken heur wel anders’. Ze had een milde kijk op mensen. Haar aanwezigheid, haar persoon, had een rustgevende werking op haar omgeving. Iedereen heeft wel een minder goede eigenschap maar echt, ik kan niets negatiefs over haar bedenken.

Financieel had ze het niet slecht, maar opoe was een brandzuunige vrouw, ze kon met weinig toe. Deze schoenen kocht ze in 1955 voor de begrafenis van haar man. Ze hield absoluut niet van opsmuk, maar het moest wel goed en degelijk zijn. De schoenen zijn vele malen hersteld, ze had ze altijd aan. Thuis pantoffels en buiten de schoenen. Ze had wel meer schoenen, maar die bleven in de kast.

Ze overleed in 1984. Gelukkig is ze maar een paar dagen ziek geweest. Op maandagochtend half acht kreeg ik een telefoontje: opoe is overleden. Het was bijna 5 december, ik had nog een cadeautje voor haar gekocht, bordje kopje schoteltje. Dat staat nog steeds bij mij in de kast.”

Volgende