"Ik durf te wedden dat ze deze handschoenen maar een paar uur heeft aangehad. Veel te mooi om aan te doen."

 

Terug

Jantje Oosting–Bos over de handschoenen van haar moeder

“Mijn moeder kocht deze handschoenen toen ik trouwde, op 29 mei 1970. Ze voelde zich er ongemakkelijk mee. ‘Zie mij nou eens staan met mijn handschoenen’. Ik zag het haar denken.

Eigenlijk passen ze helemaal niet bij haar, veel te chique. Maar ze was op stap met haar zus, tante Tina, om kleren te kopen voor het feest. Ik denk dat tante Tina heeft gezegd: ´Ze passen mooi bij je tasje en je schoenen, die kleur zit ook in je jurk, doe maar, dat is leuk!´. Mijn moeder ging die dag ook naar de kapper, wat ze anders nooit deed. Toen mijn vader een aantal jaren geleden naar het verzorgingshuis verhuisde, kwam ik de handschoenen weer tegen. Ik durf te wedden dat ze ze maar een paar uur heeft aangehad. Veel te mooi om aan te doen.

Mijn moeder was zuinig op haar spulletjes, maar niet zuinig als het om geld of andere zaken ging. Als we niet oppasten, gaf ze zichzelf nog weg. Ze waardeerde de kleine dingen in het leven, maar het moest wel goed zijn. Degelijk, kwaliteit, daar hield ze van. Ik weet nog dat ze me naar de groentewinkel stuurde voor sinaasappelen. ‘Zeg maar dat het voor een ziek kind is, dan krijg je betere’. Ze hield ook van schoon en netjes en besteedde veel tijd aan goed eten, dat vond ze belangrijk. Ze was bescheiden, maar wel voorzitter van de vrouwenvereniging. Ook dat deed ze heel zorgvuldig.

Mijn moeder is geboren in 1921 en was één van de zeven kinderen in het gezin. Ze was 18 toen haar vader overleed. Ze had een enorm hechte band met haar moeder. Dat komt denk ik ook omdat ze samen de oorlog mee hebben gemaakt. Ze zei het niet met zoveel woorden, maar ze was er trots op dat ze er samen zo goed doorheen waren gekomen.

In 1945 trouwde ze met mijn vader, hij was timmerman. Ik ben in 1950 in Valthermond geboren. Mijn ouders waren best vooruitstrevend. In 1957 huurden we een ingerichte tent en gingen we op vakantie. We hadden geen auto, deden alles op de fiets.  In 1960 verhuisden we naar Noordbarge in Emmen. Daar is mijn zusje geboren. Mijn moeder kwam uit Noordbarge, ze was heel blij dat ze weer terug was.

Ons mam overleed in 2004. Ik denk vaak aan haar. Als de kinderen en kleinkinderen bij mij thuis zijn en het is één grote, gezellige chaos, dan wilde ik dat ze even door het luikje kon kijken. Ze hield zó van kinderen!

De handschoenen zijn een tastbare herinnering aan haar. Het was een uitspatting, die aankoop. Juist daarom zegt het zo veel over haar. Zonder dit verhaal hebben ze geen waarde. Door de handschoenen te bewaren en het verhaal te vertellen, houd je de herinnering levend.”

Volgende