"Als we samen naar het theater gingen, dan deed ze haar gouden schoentjes aan."

 

Terug

Marijke van Es over de gouden schoentjes en de toneelkijker van tante Puk

“Ze heette Anna van Ravesteijn, maar omdat ze zo klein was, noemde iedereen haar Puk. Voor mij was ze dus tante Puk. Tante Puk was opgeleid als kleuterleidster maar werkte op de administratie van de politie in Den Haag. Ze is altijd vrijgezel gebleven. Iedere zondag kwam ze bij ons eten. Ik heb tot mijn 21ste in Den Haag gewoond en in mijn middelbare school periode logeerde ik regelmatig een weekend bij haar.

Bij tante Puk kon alles. We hielden allebei van films en als het ´s weekends regende, gingen we soms wel vier keer naar de bioscoop. Ik herinner me ´2000 mijlen onder zee´, met Kirk Douglas. Dat vonden we allebei zo´n mooie man! Als we thuis kwamen, speelden we de rollen na. Ik was geloof ik de zeehond.

We gingen samen naar opera’s en balletvoorstellingen in het theater. Dan deed ze haar gouden schoentjes aan, prachtig! Tante Puk hield van nagellakjes en lippenstift en ik vond het altijd heel leuk als ze zich mooi ging maken. Ze leerde me ook breien, ze was heel goed in handwerken. Ze heeft eindeloos veel dingen voor mij en mijn kinderen gemaakt.

Waar ze ook goed in was, was kletsen. Ze had een scherpe tong en snel haar oordeel klaar. Als ze het nodig vond, zei ze waar het op stond. ´Die moet ik toch even de waarheid vertellen!`. Dan zei ik: ‘Zit die persoon daar wel op te wachten?’ Maar daar trok ze zich niets van aan. Op ’t werk bij de politie hebben ze haar wel eens op getild en haar met haar 1.50 meter bovenop de kast gezet. Maar ze deed het daar goed, want ze kreeg nog een Orde van Verdienste voor haar werk bij de politie.

Kleren kopen viel niet mee voor iemand van haar lengte. Vaak vroeg ze of ik mee ging. Ik weet nog dat we een keer een jas gingen kopen. Alles was te lang natuurlijk. ‘U bent ook zo klein!’, zei de verkoopster. ‘Goh’, zei ik, ‘dat is mij nog nooit opgevallen!’ Dan ging tante weer snikkend van de lach de kleedkamer in. We hebben echt veel lol gehad samen.

We hadden een sterke band. Ze was mijn tante, ik was als een dochter voor haar. Voor mijn moeder was het wel eens lastig. Ik denk dat ze soms best wel een beetje jaloers was. Maar mijn moeder hield van Heino, er was geen sprake van dat zij me mee zou nemen naar ballet of opera. Dat was iets van tante Puk en mij en dat wist mijn moeder ook wel.

Tante Puk is bijna 90 geworden. De laatste jaren woonde ze in Assen. Nadat ze in Den Haag drie keer beroofd was, verhuisde ze hier naar toe. De bus stopte voor haar appartement, wij woonden in de buurt. Ook hier gingen we samen naar het Drents museum, naar concerten en voorstellingen in theater De Kolk. We zaten steevast op de eerste rij – anders zag ze niks – bij Holiday on Ice en het Circus.

Ze kon heel goed dromen en delen. ´Wat gaan we doen als we de postcodeloterij winnen?´ Ze gaf ook wel eens te veel weg en dan raakte een vriendschap uit balans. Ik denk dat ze best eenzaam was en af en toe de neiging had om vriendschappen te kopen. Dat is ook een van de redenen dat we haar graag wat dichter bij ons wilden hebben. Dan konden we een oogje in het zeil houden.

Deze toneelkijker heb ik met mijn vader voor tante Puk gekocht toen ze net in Assen woonde. Het is echt een goed ding, daar lette mijn vader wel op. Ik gebruik hem zelf nooit, maar vind het wel een mooi voorwerp en ook echt iets van haar. Ik denk dat ze het heel leuk had gevonden dat mijn herinnering aan haar zo deel uit maakt van een expositie.”

Volgende