"Door mijn ouders, het klinkt misschien heel cliché, maar door mijn ouders geloof ik in ware liefde."

 

Terug

Rosan van Leeuwen over het knuffelpopje dat haar moeder Marjan voor haar maakte

“Voor onze verjaardag kregen mijn tweelingzus en ik ieder een knuffel, ik eentje met donker haar, Elisa eentje met geel haar. Ik denk dat we een jaar of vijf waren, dus ze zijn uit 1997 of 1998. Toen was er nog niks aan de hand. Onze moeder heeft ze zelf gemaakt. Het waren onze eerste echte popjes. Mama was creatief, maar ook heel sociaal en zorgzaam. Ze bracht ons naar school en haalde ons weer op. Later, toen we naar de middelbare school gingen, was ze altijd thuis als we uit school kwamen.

In 2004 is ze ziek geworden. Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het was een mooie dag. Mijn ouders waren naar het ziekenhuis geweest. Wij wisten niet wat er aan de hand was. Ze riepen ons naar binnen, de gordijnen werden dicht gedaan. Nou, dan weet je wel dat het niet goed is. Toen hebben ze ons verteld dat ze kanker had. In 2004 werd ze ziek, in 2008 is ze overleden.

Ik kan me de ziekenhuisfase goed herinneren. Daarna was het even rustig, maar toen ging het in één keer bergafwaarts. Van de periode daarvoor weet ik niet zo veel meer. Ze ging regelmatig met papa naar Frankfurt voor behandelingen, dan waren wij het weekend bij opa en oma. Elke keer als ze ging, gaf ze ons een kaartje.

We maakten veel ruzie, Elisa en ik, ook toen mama er nog was. Daar heb ik wel spijt van. Dan was mama degene die zei: “Kom op, de volgende keer ben jij aan de beurt.’ Ze wilde altijd het beste voor alle partijen. Het is jammer dat ze nu niet kan zien hoe het gaat, want we kunnen echt veel beter met elkaar opschieten.

We waren jong, we hebben geen diepgravende gesprekken met haar gehad over haar ziekte. Wat ik nog wel weet, is dat papa op het einde vaak tegen ons zei: ‘Als je nog wat wilt vragen, moet je het nu doen.’ Dan dachten wij : ja, maar wat dan? We hadden geen idee. Op een avond zaten we bij haar op bed. Ineens gaf ze een heel raar antwoord. Elisa en ik keken elkaar even aan. Shit, te laat, we hadden naar papa moeten luisteren. Maar hij zei ook dat ze dat eigenlijk niet aan kon. Daarom is het ook fijn dat ze voor ons allemaal een boekje heeft gemaakt waar ze dingen in heeft geschreven.  Als ik door het boekje blader, moet ik huilen. Alleen al die beginpagina, helemaal volgeschreven met Lief lief lief lief, Allerliefste Rosan.

Soms droom ik over haar. Een tijdje terug had ik een hele intense droom, ik was met Elisa. Het was heel realistisch, maar ik wist dat ik droomde. Ik zag mama  en wist dat dat niet kon, maar ik wist ook dat ik het moment moest pakken, omdat het zo weer weg zou zijn. Ze kwam binnen we omhelsden haar. Het voelde zó echt, dan weet je zeker dat ze even langs is geweest. Ze zei wel iets, ik denk iets als ‘love you’, want dat zeiden we altijd tegen elkaar. Dat is ook in de ringen gegraveerd die Elisa en ik dragen. Mama heeft de tekst bedacht, wij hebben de ringen uitgezocht.

Toen ze overleed, lagen we als gezin uit elkaar. We maakten veel ruzie. We hadden natuurlijk ook een lastige leeftijd, onze broer en wijzelf, alle drie pubers. De hele periode ervoor vroeg iedereen voortdurend hoe het met onze moeder ging, nooit hoe het met ons was. Logisch natuurlijk, maar ineens was ze er niet meer. We zijn in gezinstherapie gegaan en we zijn er alle drie goed uitgekomen. Als ik voor mezelf spreek, kan ik wel zeggen dat ik het goed heb verwerkt, ondanks het grote verdriet dat er nog steeds is. Dat komt ook door papa. Ik had me geen betere papa kunnen wensen. Hij zou onvoorwaardelijk alles voor ons doen en we kunnen altijd overal met hem over praten.

In het begin was iedereen er voor je, maar dat duurde niet lang. Gelukkig hebben we een vriendengroepje van vier waar we veel aan hebben. Zij hebben vergelijkbare ervaringen, we begrijpen elkaar. Misschien zeggen mensen niets omdat ze je niet verdrietig willen maken. Het is ook een beetje raar om er zelf over te beginnen, maar op Moederdag of op haar verjaardag heb ik het wel moeilijk.

Er waren heel veel mensen op de begrafenis. Ik heb een verhaaltje voorgelezen over mijzelf en mijn moeder. Er werd gezongen, papa speelde gitaar. En het slaat helemaal nergens op, maar ik denk heel vaak: ´Oh, hoe hebben mensen mij zo naar de begrafenis kunnen laten gaan!´ Mama had gezegd: ‘Je moet iets aan doen waar je je goed in voelt.’ En dus gingen we met onze all stars-gympen in een spijkerbroek en een T-shirt naar de begrafenis.

Als ik het woord ‘mama’ hoor, dan zie ik een lieve, warme persoonlijkheid voor me, maar het woord zelf zit niet in mijn vocabulaire. Ik zeg liever ‘mijn moeder’ dan mama, dat blijft pijnlijk, dan voel ik het gemis. Ik had zo graag eens een lekker gesprek met haar willen hebben over vriendjes en zo, en haar mening daarover. Maar het is wat het is. Dat zei mama altijd en daar denk ik vaak aan.

Ik weet dat het niet vanzelfsprekend is dat je er bent voor elkaar. Daar hebben we het vaak met papa over. We willen hem graag laten merken dat we heel blij zijn met wat hij voor ons doet en ook met wat hij voor mama gedaan heeft. Hij heeft tot het allerlaatst voor haar gezorgd. Ze waren heel gek met elkaar. Door mijn ouders, het klinkt misschien heel cliché, maar door mijn ouders geloof ik in ware liefde.

Op de laatste bladzijde van mijn boekje staat: ´Soms doe ik niet aardig maar dan ben ik bang, dan ben ik in de war. Het liefste knuffel ik jullie de hele dag, maar dat werkt niet. Jullie leven je eigen leven met vrienden en vriendinnen en dat is goed. Dus als ik een keer niet aardig ben dan is het niet mijn bedoeling om jullie te kwetsen hoor. Dus onthoud: ik houd van je voor altijd.´ Ik vind het zo fijn dat ze dit voor ons opschreef. Ik denk dat ik daarom ook meedoe aan deze tentoonstelling. Dan heb ik weer een stukje herinnering vastgelegd om nooit te vergeten.”

Volgende