“Ze zijn helemaal glad, de rand is rond, afgesleten door de ontelbare keren dat ze door haar handen gleden.”

 

Terug

Cisca Vroom–De Vroome over de sjoelstenen van tante Tjis

“Als ik mijn ogen dicht doe, sta ik weer bij de tafel waar de sjoelbak op staat. Ik kan nèt over het randje heen kijken, ik ben een jaar of vier. Mijn tante doet voor hoe het moet, ze geeft me een sjoelsteen en dan mag ik het ook proberen. Deze sjoelstenen zijn meer dan zestig jaar oud. Ze zijn helemaal glad, de rand is rond, afgesleten door de ontelbare keren dat ze door de handen van mijn tante Tjis gleden. Ze kon fantastisch goed sjoelen, ze kreeg de stenen altijd precies daar waar ze ze hebben wilde. Sjoelen was echt een traditie. Op zaterdagavond, als het werk erop zat, kwam de sjoelbak tevoorschijn. Het hoorde bij mijn tante.

Ik ben geboren en opgegroeid in Rotterdam, maar mijn ouders komen uit Smilde. Mijn twee zussen zijn daar ook geboren, in het huis waar tante Tjis woonde met oma en opa en waar ze tot het laatst voor oma zorgde. Tante Tjis is drie jaar geleden gestorven en met haar is een stukje van mijn gelukkige jeugd in Drenthe, in Smilde, verdwenen. Als er één plek op aarde was waar je echt áltijd met open armen werd ontvangen, dan was het daar.

Tante Tjis was een tweede moeder voor mij en mijn zussen. Met je eigen moeder heb je soms een wat gecompliceerde relatie. Het is je moeder, ze zorgt voor jou, ze is soms overbezorgd of ongerust. Tante Tjis was ook bezorgd, maar ze had net even wat meer afstand. Daardoor had ik met haar een meer relaxte verstandhouding, terwijl ze toch ook een moeder voor me was. Moederliefde is onvoorwaardelijk, wat je ook doet, hoe dom je ook doet. Dat heb ik twee keer ervaren en dat is wel heel erg boffen natuurlijk.

Ze is altijd alleen gebleven, het bleef bij een of twee keer verkering. Misschien was het de ware niet, of misschien lag de man niet goed in de familie, daar kan me ik me wel iets bij voorstellen. Het kwam allemaal vrij precies, een eventuele huwelijkspartner moest wel iemand van de kerk zijn, van dezelfde sociale klasse. Maar hoe het echt zat weet ik niet, daar hadden we het nooit over.

Wij waren haar vervangende gezin. Toen wij alle drie kinderen kregen, mijn zussen en ik, was ze gewoon oma, onze kinderen noemden haar ook oma Tjis. Dat heeft ze enorm gewaardeerd, ze zag het als een groot cadeau. “Ik zie jullie kinderen meer dan heel veel grootouders hun eigen kleinkinderen.” En dan werd ze altijd een beetje emotioneel.

Ze was nooit ongeduldig, misschien was dat wel een van haar sterkste kanten. Ze kon heel goed met kinderen omgaan. Als we bij haar logeerden, betrok ze ons overal bij. We mochten helpen in de bakkerij waar ze werkte, eierkoeken van de plaat steken, koekjes afwegen en verkopen. We liepen vast vreselijk in de weg, maar ze gaf ons het gevoel dat we werkelijk onmisbare hulpkrachten waren. Ik kan me niet herinneren dat ze ooit boos op ons was of dat we een standje kregen.

Liefdevolle aandacht, dat is de rode draad in dit verhaal. Ze was heel precies en attent. Altijd, exact op de dag van je verjaardag, kregen wij – en later ook onze kinderen – een klein cadeautje en een mooi, handgeschreven kaartje van tante Tjis over de post. Ze wist wanneer je tentamens had of een diploma kreeg, dan belde ze of was ze erbij. Ik had met tante Tjis geen intellectuele discussies, maar ik kon altijd bij haar terecht als het niet goed met mij ging. Ze was niet iemand van veel woorden. Toen ik overspannen was en ´s nachts klaarwakker op de bank zat, kwam ze naast me zitten, pakte ze even m’n hand en zette ze een kopje thee voor me. Ze was mijn toevluchtsoord.

Tante Tjis is 89 geworden, overleed in 2012, vier jaar na mijn moeder Ze is eigenlijk niet ziek geweest en is gestorven zoals ze zelf altijd graag wilde. “Het zou toch mooi zijn”, zei ze wel eens, “als ik nou hier in bed mijn ogen dicht doe en dat ik ze dan niet meer open hoef te doen.” En zo is het gegaan. Dat gun ik iedereen en mijn tante Tjis helemaal.

Haar leven was een leven in dienst van anderen, zonder dat ze zichzelf daarin is kwijtgeraakt. Het was geen zelfgekozen rol, maar ze heeft hem tot het einde toe met verve vervuld. Ze gunde die rol een ander overigens niet. Toen mijn zus haar baan op wilde zeggen om voor onze moeder te zorgen, stak ze haar vinger op. “En dat doe je niet, hoor!” Ze heeft op een gegeven moment wel een aantal dingen voor zichzelf gedaan. Toen ze 47 was, haalde ze haar rijbewijs, dat heeft haar veel vrijheid opgeleverd en daar was ze reuze trots op.

Deze tentoonstelling gaat over dierbare herinneringen. Als iemand mij dierbaar is - even los van mijn ouders - , is het mijn tante Tjis. Mijn vader zei altijd: “Jullie tante is een engel zonder vleugels.”

Volgende