“Ik moet veel weglaten en toch alles overhouden.”

De interviews

Je komt bij iemand thuis die je niet kent en diegene vertelt je een heel persoonlijk, intiem verhaal over een vrouw uit haar leven. Soms ontroerend, soms vrolijk, soms gewoon lief, maar altijd dierbaar. Degene die het verhaal vertelt, kent het al. Het zit in haar hoofd, wij horen het aan, ik schrijf het op. Het is niet nieuw, maar toch blijkt steeds weer de verrassing en ook ontroering als diezelfde persoon haar eigen verhaal, door mij in woorden vastgelegd, onder ogen krijgt. “Iedere keer als ik het lees, ben ik weer ontroerd.” Het is een mooi project. Ellen en ik hebben heel wat afgereisd, daadwerkelijk en aan de keukentafels waar we (meestal) zaten. We geven u een kleine impressie van onze tocht.

Ik rijd naar Ellen (tenzij het te fietsen is). Ze zet haar tassen, het stoofje en haar fototoestel op de achterbank van de auto die aan de beurt is en stapt in. Vaak weten we waar we heen moeten, maar soms twijfelen we. Halverwege bedenken we dat het slim is om het adres in de tomtom in te voeren. Dat moet dan wel het goede adres zijn. Af en toe vergissen we ons en toeren we onverwacht  door Drenthe of Overijssel. Wat een mooie provincies!

Aanbellen, handen schudden, soms zoenen en soms voor het eerst kennismaken. Kennismaken met degene die het verhaal vertelt, maar ook met de vrouw waar het over gaat. Zo leren we heel wat moeders, oma’s, vriendinnen en tantes kennen. Ze maken voortaan ook deel uit van onze herinnering. En straks van die van u, als u een wandeling langs dit woud der herinnering hebt gemaakt.

Bij koffie, thee of wijn vertellen de vrouwen ons hun verhaal. Sommige verhalen gaan ver terug in de tijd, naar het Duitsland van vlak na de Tweede Wereldoorlog of naar de armoede in Zuidoost-Drenthe begin vorige eeuw. De verhalen brengen ons - letterlijk en figuurlijk - het hele land door, van Emmen, Smilde, Hardenberg en Heino, naar Hoogezand, Zwolle, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam.

De voorwerpen die de vrouwen aandragen, helpen hen om het verhaal te onthouden. “Deze broches heb ik altijd bewaard omdat ik ze van mijn oma heb gekregen”, zegt een van de geïnterviewden. “Het is een beetje als met de medailles van de avondvierdaagse. Ze liggen in een doosje, je kijkt ernaar, maar je ziet ze eigenlijk niet. Totdat iemand je een vraag stelt en je begint te praten.” Een ander zegt: “Ik vind het fijn dat dit verhaal nu niet bij mij stopt, maar voortleeft in andere mensen. ´Dat is het hiernamaals´, zei mijn vader altijd.”

Dan moeten de soms urenlange gesprekken door de trechter in mijn hoofd via toetsenbord en beeldscherm naar woorden op papier. Ik moet veel weglaten en toch alles overhouden. Ieder verhaal is eigenlijk een dubbelportet van zowel de hoofdpersoon van het verhaal als van degene die het verhaal vertelt. Het heeft wel iets van boetseren. Je begint met een berg woorden, gaat ordenen, groeperen, hier wat weg, daar wat bij en langzaam komt de juist vorm in zicht.

Een spannend moment voor mij is als ik Ellen het eerste conceptverhaal stuur. Wat zal ze ervan vinden? Is het wat ze ervan verwacht had? Gelukkig komt het goed. Ze is een positief-kritische lezer en haar opmerkingen snijden hout. Het volgende spannende moment is als we het conceptverhaal naar de geïnterviewden sturen. Herkennen zij zichzelf en de hoofdpersoon van hun verhaal in mijn weergave? Missen ze essentiële informatie? Natuurlijk, ik vind de verhalen zelf mooi, maar het zijn persoonlijke herinneringen van iemand anders, over iemand anders. Ik slaak een zucht van verlichting als positieve reacties binnendruppelen. De opmerkingen en aanpassingen die er zijn, verwerk ik in de definitieve versie van de verhalen.

Vanaf het begin is het onze wens om de verhalen te bundelen in een boekje. We stellen hoge eisen, maar hebben daar helaas niet het bijbehorende budget voor. Omdat we geen concessies willen doen,  laten we het idee los. We beslissen dat de lange versie van de verhalen een plaatsje krijgen op een speciale website. Janet Barlagen sluit zich bij ons aan en bouwt een prachtige site. De fraaie foto´s die Ellen maakte met Angelien Docter krijgen een prominente plaats. De pagina doet me denken aan een fotogalerij van een museum. Achter de foto´s wachten de verhalen om verteld te worden.

De tijd tikt door en de opening van de expositie nadert. Op de wand in de tentoonstellingsruimte is plaats voor een korte tekst over Warme Herinneringen. Wat is het kader, de koepel waaronder we deze objecten en herinneringen samenbrengen? Ik lees alle verhalen nog eens door en denk terug aan de gesprekken die Ellen en ik voerden in de auto, op weg naar de vertellers van de verhalen. Ik pieker en peins, schrijf en schrap.

Uiteindelijk denk ik dat het erom gaat dat we leven door verhalen. Alles wat we doen, meemaken, ervaren en leren, delen we met elkaar door verhalen. We onthouden verhalen door ze te vertellen, op te schrijven, op te slaan. We bewaren voorwerpen die met dat verhaal te maken hebben en die voorwerpen krijgen betekenis door het verhaal dat er bij hoort. Verhalen zijn onze bondgenoten in de strijd tegen vergeten, de voorwerpen zijn de knopen in onze zakdoek.

In deze expositie krijgt ieder voorwerp een ereplaatsje in een stoofje en vertellen we het verhaal dat er bij hoort. Ik vind het een prachtig idee dat ´stoven´ in het algemeen gemaakt worden om iets warm te houden. Alle stoofjes op de expositie hielden ooit voeten warm, nu herinneringen. De stoofjes staan op hoge, fragiele, houten poten. Als ze bij elkaar staan, lijkt het op een bos. Wandel langs dit woud der herinnering, bekijk de voorwerpen, lees de verhalen.

Elke Beekman

Warme herinneringen

 

Terug

 

Elke Beekman

 

 

Vera Kieckhäfer

 

Anneberte Lubbersen-Dinkla

 

Jantje Oosting–Bos